Materiaal en specificaties: Polymaker PETG
Alle specificaties van het Polymaker PETG waarin we printen: sterkte, hittebestendigheid, chemie en onze printinstellingen. Voor wie het precies wil weten.
Wie het precies wil weten, vindt hier de cijfers. Alle adapters printen we in Polymaker PETG, zwart, 1,75 mm. Dit is de opvolger van het eerdere PolyLite PETG. Voor de algemene afweging tegenover PLA, ABS en TPU lees je waarom PETG.
Waarom dit filament
- High-flow. Het filament is bedoeld om snel te printen, zonder dat de laagkwaliteit eronder lijdt. Dat houdt de printtijd en dus de prijs per adapter laag.
- Nette afwerking. Het oppervlak komt er gelijkmatig uit.
- Weinig geur. Tijdens het printen blijft de geur beperkt.
Materiaaleigenschappen
De waarden komen uit het technische datablad van Polymaker (TDS versie 3.0). Het zijn typische waarden, gemeten volgens de genoemde norm. De richtingen X-Y en Z staan voor de printrichting: X-Y ligt in het vlak van de laag, Z loopt dwars door de lagen heen.
Algemeen en thermisch
| Eigenschap | Waarde | Testnorm |
|---|---|---|
| Dichtheid | 1,30 g/cm³ (23 °C) | ISO 1183 |
| Smeltindex | 16,3 g/10 min (230 °C, 2,16 kg) | |
| Glasovergangstemperatuur | 71 °C | DSC |
| Vicat-verwekingstemperatuur | 75 °C | ISO 306 |
| Warmtevervorming (HDT) bij 0,45 MPa | 69 °C | ISO 75 |
| Warmtevervorming (HDT) bij 1,8 MPa | 65 °C | ISO 75 |
| Maximale wateropname (70 % RV, 23 °C) | 0,51 % |
Mechanisch
| Eigenschap | X-Y | Z | Testnorm |
|---|---|---|---|
| E-modulus | 2311 ± 92 MPa | 2203 ± 52 MPa | ISO 527 |
| Treksterkte | 48,0 ± 4,9 MPa | 45,7 ± 1,8 MPa | ISO 527 |
| Rek bij breuk | 9,3 ± 6,6 % | 3,5 ± 2,4 % | ISO 527 |
| Buigmodulus | 2277 ± 198 MPa | 1959 ± 126 MPa | ISO 178 |
| Buigsterkte | 80,1 ± 3,5 MPa | 57,7 ± 5,6 MPa | ISO 178 |
| Charpy-slagvastheid (ongekerfd) | 20,2 ± 4,0 kJ/m² | 15,7 ± 3,9 kJ/m² | ISO 179 |
| Charpy-slagvastheid (gekerfd) | 4,95 ± 0,55 kJ/m² | ISO 179 |
Chemische bestendigheid
| Stof | Bestendigheid |
|---|---|
| Zwakke zuren | Goed |
| Sterke zuren | Slecht |
| Zwakke logen | Redelijk |
| Sterke logen | Slecht |
| Olie en vet | Goed |
Wat dit in de praktijk betekent
Hitte. De glasovergang ligt op 71 °C, de HDT op 65 tot 69 °C. Dat is de grens waarop het materiaal onder belasting begint te vervormen. Voor een verloopstuk bij stofafzuiging is dat ruim genoeg, want de lucht is op kamertemperatuur. Een hete uitlaat, een lasbank of een heteluchtpistool zit er wel overheen. Een auto die in de zomer in de zon staat, kan ook boven de 65 °C komen.
Waarom Z zwakker is. Bij 3D-printen wordt het onderdeel laag voor laag opgebouwd. In het vlak van de laag (X-Y) loopt het materiaal ononderbroken, dwars door de lagen heen (Z) hangt het onderdeel aan de hechting tussen de lagen. Dat zie je in de tabel: de buigsterkte is in Z ongeveer 28 % lager, en de rek bij breuk is veel kleiner. Onze adapters worden rechtop geprint, dus de lagen liggen als ringen om de as. Een trekkracht in de lengterichting, bijvoorbeeld een slang die aan de adapter hangt, werkt dan dwars op de lagen. Dat is precies de richting waarin het materiaal het zwakst is. Ondersteun een zware slang daarom altijd, ook als de klemfit stevig aanvoelt.
Wateropname. Met 0,51 % bij 70 % luchtvochtigheid is dat weinig. In een vochtige werkplaats zwelt de adapter niet op. Het filament zelf bewaren we wel droog, want vocht in het filament geeft slechte prints.
Chemie. Olie en vet zijn geen probleem. Sterke zuren en logen wel. Voor oplosmiddelen geeft het datablad geen waarde, dus daar beloven we niets over.
Slagvastheid. De gekerfde waarde is veel lager dan de ongekerfde. Een scherpe hoek of een kras werkt als beginpunt van een scheur. Laat een adapter dus niet vallen op een harde ondergrond en gebruik hem niet als bevestigingspunt.
Zo printen wij
| Instelling | Waarde |
|---|---|
| Printer | Prusa CORE One L |
| Nozzle | 0,4 mm, high-flow |
| Laagdikte | 0,20 mm (eerste laag ook 0,20 mm) |
| Perimeters | 2 |
| Boven- en onderlagen | 5 boven, 3 onder |
| Vulling | 15 %, grid |
| Lijnbreedte | 0,45 mm |
| Slicer | PrusaSlicer, profiel "Generic PETG" |
De temperaturen volgen het profiel "Generic PETG" in PrusaSlicer. Polymaker zelf adviseert een nozzletemperatuur van 240 tot 260 °C en een bedtemperatuur van 60 tot 70 °C. Voor het drogen geeft Polymaker 60 °C gedurende 6 uur. Wij bewaren het filament droog.
Dit zijn onze instellingen op dit moment. Ze kunnen veranderen als we merken dat een andere instelling een betere adapter geeft. Wat de wanddikte en speling van de adapter zelf betreft: die bepaalt de configurator, niet de slicer. Lees zo meet je je aansluiting voor wat jij aanlevert.
Bron en kanttekening
De bron is het officiële technische datablad van Polymaker: PETG TDS (pdf).
De waarden zijn typische waarden van de fabrikant, gemeten aan proefstukken onder vaste omstandigheden. Een geprinte adapter kan afwijken, door de oriëntatie op het printbed, de vorm, de printinstellingen en de vochtigheid van het filament. Zie de cijfers als richtlijn, niet als garantie. We zijn niet verbonden aan Polymaker.
Veelgestelde vragen
Welk filament gebruiken jullie?
Polymaker PETG, zwart, 1,75 mm. Het is de opvolger van Polymaker PolyLite PETG.
Hoe heet kan een PETG-adapter worden?
De warmtevervorming (HDT) ligt tussen 65 en 69 graden, afhankelijk van de belasting. Gebruik de adapter dus niet op een hete uitlaat of in de buurt van een heteluchtpistool.
Waarom is een geprint onderdeel zwakker dan de waarden in het datablad?
De waarden gelden voor testproeven onder vaste omstandigheden. Een geprint onderdeel bestaat uit lagen, en tussen de lagen is het materiaal zwakker.
Kan ik de volledige datasheet zien?
Ja, onderaan deze pagina staat een link naar het officiële technische datablad van Polymaker.